De barmhartige Marokkaan

De barmhartige Marokkaan

We lopen vlakbij station Schiedam, Ibrahim en ik. Ibrahim is een Nederlands-Marokkaanse jongens van 19 jaar oud. We gaan naar het theater, een beginnende traditie van ons. Hij neemt mij mee naar een voorstelling van Jawad Es Soufi, want hij wil van mij ‘steeds meer een buitenlander maken’ zegt hij lachend.

Ik heb de kaartjes geregeld, hij gaat het eten regelen. Hij heeft via Tiktok iets gevonden, wat hij op straat wil laten bezorgen. Dan komt hij erachter dat zijn telefoon bijna leeg is. Gelukkig zijn we goed op tijd. Zonder echt goed te kijken lopen we bij een bruine kroeg naar binnen.
Ik zie een stekkerdoos en wijs ernaar. Ibrahim loopt er gelijk op af. Opeens word ik mij bewust van de blik van de barman. Onvriendelijke ogen volgen Ibrahim terwijl hij richting de stekkerdoos loopt. Ik been snel richting de barman.

‘Goedemiddag, hij wil even zijn telefoon opladen en we willen graag wat drinken.’
‘Kan hij dat niet zelf vragen?’ antwoord de barman nors.
‘Ja, ik kwam naar de bar om het te zeggen.’ Probeer ik.
‘O, om te zeggen…’ reageert de barman zichtbaar geïrriteerd.
‘Wordt het zo’n dag’ denk ik bij mijzelf.
‘Nou wat wil je drinken?’
‘Doe mij maar een biertje, en wat wil jij Ibrahim?’
‘Ik hoef niks.’ Zegt Ibrahim.
‘Als hij niets gaat drinken, mag hij ook niet zijn telefoon opladen.’ Zegt de barman nog steeds met dezelfde norse blik in zijn ogen.
‘Ben je serieus?’ vraag ik hem, terwijl ik al weet hoe laat het is. De barman stemt in. ‘Oké, dan gaan we. Kom Ibrahim.’

Ibrahim ziet de boosheid in mijn ogen en loopt snel met mij mee. ‘Wat is er aan de hand?’
‘Ik denk dat het racisten zijn.’

Even later vraag ik hem. ‘Vind je het niet erg hoe ze met je omgaan binnen?’ Zijn antwoord is verassend en genadig. ‘Weetje Martin. Hij kent niet de andere kant zoals jij dat kent. De mooie kanten van Marokkanen en moslims. Hij ziet mij en denkt alleen maar: ‘Oei, moslim, Allahu Akbar, boemboem. Dat is jammer voor hem en ik kan er niks aan veranderen.’

Ibrahim schrijft deze man niet af. Het laat hem ook niet onverschillig, maar hij reageert vanuit genade. Hij kent maar één kant en dat is jammer. Het doet mij denken aan hoe ik zelf naar mensen kijk. Soms kan ik best veroordelend zijn, ook naar deze barman. Maar Ibrahim wijst mij met zijn reactie op een perspectief waarop Jezus mij ook wijst: genadig en bewogen.